knop-ik-wil-opvang-bieden-170 knop-ik-zoek-een-gastouder-170 knop-ik-heb-zelf-een-gastouder-gevonden-170

Pedagogisch beleid van De Veenborg

1.    Het bieden van veiligheid

In dit kader bedoelen we met het bieden van veiligheid het bieden van emotionele veiligheid. Dit vormt de basis van elke ontwikkeling. Als er geen emotionele veiligheid geboden wordt aan een kind kan een kind niet persoonlijk en sociaal competent worden. Ook het overbrengen van normen en waarden zal niet tot het gewenste resultaat leiden.
Onze gastouders hebben als basistaak het bieden van emotionele veiligheid. Hierdoor krijgt een kind zelfvertrouwen en kan het de wereld om zich heen gaan ontdekken. De gastouder draagt hier positief aan bij door voldoende tijd en aandacht te besteden aan het gastkind en oog te hebben voor zijn gevoelens en behoeftes. Daarnaast is het van belang dat gastouders in staat zijn consequent te zijn in haar omgang met kinderen. Tegelijkertijd vindt De Veenborg het belangrijk dat er rust en regelmaat is in de opvang. Dat laat zich zien in bijvoorbeeld een vaste dagindeling, terugkerende activiteiten, rituelen enz.

2.    het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie

Vanuit een emotioneel veilige omgeving kan een kind zich persoonlijk ontwikkelen. De gastouder kan hier een bijdrage aan leveren door oog te hebben voor de cognitieve en motorische ontwikkeling van het kind en mogelijkheden te creëren om een kind deze ontwikkeling te laten doormaken. Het dagelijks leven biedt veel mogelijkheden om het kind spelenderwijs te stimuleren. Door het kind zoveel mogelijk zelf te laten proberen en waar nodig te helpen, ontwikkelt het kind eigen initiatieven en zelfstandigheid.
De omgeving die de gastouder schept voor het kind moet een omgeving zijn waarin voldoende mogelijkheden aanwezig zijn die het kind uitdagen om zich te ontwikkelen; een veilige omgeving met leeftijdsadequaat speelgoed en materiaal voor alle verschillende ontwikkelingsgebieden. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat een gastouder een kind van drie, dat het leuk vindt om te helpen met karweitjes,laat helpen de tafel te dekken. De gastouder geeft het kind de ruimte om mee te helpen ook al duurt het tafeldekken daardoor veel langer.

3.    het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie

Vanuit een emotioneel veilige omgeving kan een kind zich sociaal ontwikkelen. Met sociaal ontwikkelen wordt onder andere bedoeld dat een kind leert rekening te houden met anderen, op zijn beurt te wachten en op te komen voor zichzelf. De gastouder leert deze vaardigheden door allereerst zelf het goede voorbeeld te geven. Zij stimuleert positief gedrag en is op de hoogte wat in de verschillende leeftijdsfasen van kinderen verwacht kan en mag worden. Zij houdt daarmee rekening met de eigenheid van het kind. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat een gastouder een kind stimuleert om tegen een ander kind te zeggen wat het niet leuk vindt. Of dat een gastouder een kind een compliment geeft als het een ander kind troost als het gevallen is.

4.    het bieden van de gelegenheid tot het overbrengen van normen en waarden

Door het stellen van regels geeft de gastouder overdracht van normen en waarden. Spelregels, huisregels, gedragregels zijn allemaal voorbeelden van overdracht van normen en waarden. Ook hier is de gastouder het voorbeeld voor de kinderen. Dit gebeurt vooral in de dagelijkse omgang met elkaar. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat in een gastgezin het de regel is dat je naar elkaar luistert als een ander iets verteld. Dat houdt in dat kinderen wachten met praten totdat een ander kind is uitgepraat.

Uitvoering pedagogisch beleid van De Veenborg

1.    Kinderen van 0 tot 2 ½  jaar (babyfase)

In deze fase groeit het kind heel hard en omdat groeien energie kost, heeft het kind veel behoefte om regelmatig te eten en te slapen. Het accent ligt in deze fase op het voelen, waarnemen en luisteren. Een baby vraagt om intense verzorging, dit is nodig om zich te leren hechten aan anderen. Een rijke leeromgeving is ook belangrijk, afgewisseld met perioden van rust. Variatie in speelgoed (van kunststof,  hout tot stof en met en zonder geluidjes, etc) is noodzakelijk. Ook het fysiek nabij zijn is erg belangrijk voor een baby om zich veilig te voelen. O.a. via kriebelspelletjes, kirren, knuffelen en liedjes zingen, samen spelen leert het kind communiceren en komt het in aanraking met taal. Rond de zes maanden is het belangrijk om het kind in de ‘vrije’ ruimte te laten bewegen. Het kind verkent zijn omgeving ook door in beweging te zijn via het zelfstandig zitten, kruipen/tijgeren, lopen en wat later d.m.v klauteren.

Van de gastouders verwachten we in de deze fase dat ze:
–    met aandacht zorg verlenen aan het kind
–    het kind voldoende rust en regelmaat bieden
–    het kind koesteren door contact te maken: knuffelen, troosten, verzorgen
–    samen met het kind spelen
–    voldoende gevarieerd en veilig speelgoed aanbieden
–    veel tegen het kind praten
–    een veilige ruimte creëren tijdens slapen, eten en spelen.
–    hulp, ondersteuning, begeleiding bieden
–    aandacht hebben voor de grove motoriek (grijpen, tijgeren, kruipen, lopen)
–    het kind positief stimuleren

2.    Kinderen van 2 ½ tot 4 jaar (peuterfase)

Deze fase staat voor een kind in het teken van het ontdekken van de wereld om zich heen. Hij wil veel dingen ‘zelf’ doen. Dat doet hij door het inzetten van al zijn zintuigen en door taal te gebruiken om de omgeving te laten weten wat hij wil. De motoriek gaat van grof naar meer verfijnd. De oog-handcoördinatie kan gestimuleerd worden door het bouwen met duplo, rijgen van kralen en het maken van een puzzel. Door te knippen en plakken, zelf te eten met een vork, etc, In deze fase moeten kinderen de ruimte krijgen om zowel binnenshuis als buitenshuis de wereld en zichzelf middels het eigen lichaam te leren verkennen. Peuters hebben veel energie en beweging is erg belangrijk. Evenals het voorlezen van boekjes, samen TV kijken en het zingen van liedjes en versjes om de taal te bevorderen. Veel praten met een peuter en alles in de omgeving benoemen bevordert zijn woordenschat. Een peuter vraagt veel aandacht omdat hij zo nieuwsgierig is en zichzelf gemakkelijk overschat. Op zijn tijd rust is dan ook heel belangrijk. Aan het einde van de peuterfase is zindelijkheidstraining ook een punt van aandacht. Een peuter kan heel goed met andere kinderen spelen, maar reageert nog vooral egocentrisch.

Van de gastouders verwachten we in de deze fase dat ze:
–    het kind verzorgen en beschermen
–    erop toezien dat het kind voldoende rust krijgt
–    activiteiten binnen- en buitenshuis organiseren die de motoriek bevorderen
–    het gebruik van taal stimuleren (voorlezen, alles benoemen, liedjes leren)
–    het kind de ruimte geven om zelfstandig handelingen te verrichten
–    hulp, ondersteuning, begeleiding bieden mb.t. het exploratiegedrag van het kind
–    het kind positief stimuleren
–    het kind hulp bieden tijdens de zindelijkheidstraining
–    het kind in contact brengen met andere kinderen
–    consequent zijn in het benaderen van het kind

3.    Kinderen van 4 tot 8 jaar (jonge kind)

Het  jonge kind is speels en nieuwsgierig. Het verkent de wereld buiten zijn eigen omgeving door meer in contact te komen met de ‘grote wereld’. Een kind van vier jaar denkt nog egocentrisch, maar kan al wel rekening houden met anderen. De fijne motoriek wordt uitgebreid en het kind kan steeds meer dingen zelf. In deze fase lijken kinderen onvermoeibaar. Jonge kinderen kunnen zich al goed concentreren op een ‘taakje’ en houden van duidelijke grenzen en afspraken. De taal en het communiceren met anderen is in deze fase heel erg belangrijk.
Woorden en begrippen krijgen een betekenis door concrete handelingen (bouwen, iets bekijken of knutselen). Het lezen mag flink gestimuleerd worden op deze leeftijd. Veel kinderen vinden het heerlijk om voorgelezen te worden of om jou voor te lezen! Kinderen leren van en met elkaar en daarom is het belangrijk om in deze fase kinderen met elkaar in contact te brengen. Een jong kind wil graag uitgedaagd worden en een rijk aanbod, gerelateerd aan de ‘grote mensenwereld’ qua activiteiten en speelgoedkeuze is noodzakelijk.

Van de gastouders verwachten we in de deze fase dat ze:
–    het kind stimuleren steeds zelfstandiger te worden
–    hulp en ondersteuning bieden mbt deze zelfredzaamheid
–    activiteiten binnen- en buitenshuis organiseren die de motoriek bevorderen (grove en fijne motoriek)
–    Actief gebruik van taal stimuleren (voorlezen, samen tv kijken, samen spelen, vragen stellen, dingen bekijken en er over praten, etc)
–    het kind bewegingsvrijheid geven, zowel binnen als buiten
–    samen met andere kinderen laten spelen
–    duidelijke grenzen stellen en afspraken maken
–    positief belonen (complimentjes)
–    het kind succeservaringen laten opdoen (gepaste taak)
–    gevarieerd speelgoed aanbod, o.a. gerelateerd aan de werkelijkheid.

4.    Kinderen van 8 t/m 12 jaar (schoolkind)

Een schoolkind is leergierig en kan zich verplaatsen in de ander. Het is energiek en kan zijn lichaam steeds beter beheersen. Hij kent zijn plek in de werkelijkheid en kan zich uitdrukken in taal en gedrag. Hij kan zijn eigen gedrag overzien en dit is dan ook bij uitstek de periode waarin er geoefend kan worden met het zich houden aan spelregels en rekening houden met anderen. Positief gedrag belonen werkt stimulerend. Het kind wordt steeds zelfstandiger en zoekt zijn eigen weg in de omgeving van huis en school. Het blijft van belang om het samen met andere kinderen spelen te stimuleren, zowel binnen als buiten. Gezonde voeding en voldoende beweging zorgen ervoor dat het kind een goede conditie behoudt. Het is ook heel zinvol om een schoolkind lid te laten worden van een (sport)clubje.

Van de gastouders verwachten we in de deze fase dat ze:
–    het kind ondersteunen m.b.t het vergroten van zijn zelfredzaamheid
–    hulp, ondersteuning en begeleiding bieden
–    samen activiteiten ondernemen die motorisch en cognitief uitdagend zijn
–    sociale betrokkenheid en vaardigheden bevorderen
–    duidelijke afspraken maken en die consequent hanteren
–    taal blijven stimuleren (bibliotheek, via computerspelletjes, vertellen, redeneren en laten uitleggen)
–    het kind stimuleren om buiten te spelen met andere kinderen
–    het kind het gevoel geven competent en succesvol te zijn (aangepaste taak, complimenteren, zelf problemen laten oplossen, belonen)

Aanvullende kwaliteitscriteria voor gastouderopvang

De omgeving waarin het kind opgevangen wordt, speelt een grote rol bij het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen.

  • De binnenruimte moet dusdanig ruim zijn, dat er met meerdere kinderen tegelijk samen kan worden gespeeld (minimaal 3 vierkante meter grondoppervlak per kind in bijvoorbeeld de woonkamer). Jonge kinderen hebben veel loop-en speelruimte nodig. U kunt tijdens de opvanguren grote obstakels aan de kant zetten, zodat er een grotere en veilige verblijfsruimte ontstaat.
  • ER MAG NOOIT WORDEN GEROOKT OP DE OPVANGLOPCATIE. OOK NIET ALS DE KINDEREN IN HUN EIGEN HUIS WORDEN OPGEVANGEN !
  • Voor kinderen tot 3 jaar is een aparte, afgescheiden slaapruimte verplicht (In een slaapkamer van 7 vierkante meter kunnen best twee kindjes tegelijk slapen in aparte bedjes) Denk ook aan het ventileren van de slaapkamer (15 minuten het raam open zetten zorgt voor voldoende frisse lucht in een gemiddelde slaapkamer).
  • Schoolkinderen spelen of knutselen graag aan een tafel. Maak een eettafel vrij zodat er meerdere kinderen tegelijk aan kunnen werken/spelen. Ook is het handig om een computerhoek of leeshoek te creëren op een rustige plek in de woonkamer of in een aparte kamer.

In iedere leeftijdsfase raden wij aan om elke dag even met het kind naar buiten te gaan! Dit geeft een kind bewegingsvrijheid, de kans om weerstand op te bouwen (om frisse lucht in te ademen) en om energie kwijt te raken. Buiten spelen hebben ze nodig om te ervaren dat ze deel uitmaken van de maatschappij en hieraan actief deel te nemen. Dit kan in een aangrenzende tuin, maar een speelveldje in de buurt is ook prima. Houd uw gastkind ten alle tijden onder toezicht. Oudere kinderen houden van competitie en kunnen ook gebruik maken van sportveldjes in de buurt om zich te meten met andere kinderen. Toon belangstelling en ga er eens kijken om aan te moedigen (of sport mee)